Slim WM-regiodag ARK/NZK: verleden, heden en toekomst komen samen
Tijdens de regiodag van de Slim WM-regio Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal (ARK/NZK) kwamen op 8 oktober 2026 zo’n zeventig waterprofessionals bijeen om kennis, ervaringen en nieuwe en oude inzichten te delen. Van de eeuwenoude watergeschiedenis van Amsterdam tot de droge zomer van 2026 en van vismigratie en waterberging tot het verdelen van water bij extreme neerslag.
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (Waterschap AVG) was gastheer van de regiodag. De dag liet zien dat keuzes in het waterbeheer vragen om zorgvuldige afwegingen, omdat ze vaak generaties lang doorwerken. De afsluitende fietstocht langs het IJ-front en de borrel bij gemaal Zeeburg maakten die verbinding tussen verleden, heden en toekomst letterlijk zichtbaar.
Ter nagedachtenis
Dagvoorzitter Janneke Klein van Waterschap AVG opende de dag en gaf als eerste het woord aan Roel Bronda van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Hij stond stil bij het overlijden van Joost Heijkers, een markante en betrokken persoon binnen de Slim WM-community. Iemand die zich met grote gedrevenheid inzette voor beter waterbeheer. Zijn passie en overtuigingen maakten hem niet altijd de eenvoudigste gesprekspartner, maar juist zijn vasthoudendheid, betrokkenheid en kritische blik hebben veel betekend voor de ontwikkeling van Slim WM. Hij wordt gemist en laat een lege stoel achter.
Opening
Namens de directeuren van de regio ARK/NZK opende Henriëtte de Vos, directeur Water bij Waterschap AVG, officieel de regiodag. Zij benadrukte dat Slim WM draait om samen handelen in het hier en nu. Daarbij stond ze stil bij de droge zomer van 2026, waarin onder meer extra pompen bij Muiden werden ingezet en onttrekkingsbeperkingen noodzakelijk waren. Juist tijdens zulke situaties blijkt de kracht van Slim WM: elkaar snel weten te vinden, gezamenlijke afstemming over de maatregelen en effectief handelen.

Verleden als inspiratie voor de toekomst
Daarna nam Maarten Ouboter (Waterschap AVG) de aanwezigen mee op een historische reis door het waterbeheer van Amsterdam en omgeving. In een bevlogen verhaal liet hij zien hoe eeuwen aan watergeschiedenis nog altijd zichtbaar zijn in het huidige watersysteem.
Zijn presentatie bevatte zoveel verhalen, gebeurtenissen en historische details dat het onmogelijk is om deze volledig in een verslag samen te vatten. Daarom heeft slechts een klein onderdeel van zijn verhaal hier een plek gekregen.
Een van de onderwerpen was de ontwikkeling van het waterbeheer rond het IJ-front. Tot 1872 stonden de Amsterdamse grachten onder invloed van eb en vloed. Twee keer per dag werd het water ververst, gebruikmakend van eb en vloed in het IJ. Met de aanleg van de Oranjesluizen en de afsluiting van het IJ van de Zuiderzee kwam daar een einde aan. Het natuurlijke doorspoelen verdween en moest worden vervangen door watervoorziening vanuit de Zuiderzee, later het IJmeer. Het verversingssysteem ontstond niet in één keer, maar groeide in de loop van de eeuwen uit tot een netwerk van sluizen, kanalen en gemalen. Door op de juiste momenten water in te laten en af te voeren, werd een kunstmatige stroming door de stad gecreëerd. Daarbij speelde na 1872 gemaal Zeeburg een belangrijke rol. Het gemaal voerde vers water aan naar het Amsterdamse grachtenstelsel, terwijl elders water werd afgevoerd. Zo bleef het water in beweging en kon de waterkwaliteit op peil worden gehouden.

De centrale boodschap van Maarten: keuzes in het waterbeheer hebben langdurige gevolgen en blijven eeuwen zichtbaar. Besluiten die generaties geleden zijn genomen, beïnvloeden nog altijd hoe we in het heden het watersysteem beheren. Dat besef is extra relevant in een tijd van klimaatverandering en toenemende druk op de ruimte. De keuzes die we vandaag in het brandpunt van het nu maken, zullen ook voor toekomstige generaties merkbaar zijn.
Vasthoudpoldertool: niet malen om schade te beperken
Tijdens de workshop van Jan Jelle Reitsma (Hoogheemraadschap van Rijnland) en Ciska Blom (HDSR) stond de vasthoudpoldertool centraal. Deze tool helpt waterbeheerders bij extreme neerslag. De tool maakt inzichtelijk waar water binnen het gezamenlijke watersysteem het beste tijdelijk kan worden vastgehouden door gemalen uit te zetten om zo een algehele maalstop te voorkomen of uit te stellen.
De deelnemers zagen veel potentie in de tool. Het instrument helpt om scenario's door te rekenen en ondersteunt de inhoudelijke afwegingen die gemaakt moeten worden. Tegelijkertijd was iedereen het erover eens dat de tool een hulpmiddel is en blijft. Voor een goed besluit blijven de kennis, ervaring en afwegingen van waterbeheerders onmisbaar.
De workshop maakte ook duidelijk dat er nog ontwikkelstappen nodig zijn voordat de tool een volwaardig hulpmiddel voor besluitvorming kan worden. Naast de technische mogelijkheden ontstond ook een gesprek over de maatschappelijke kant van vasthoudpolders. Voor wie doe je het? Door de tool hoeven verzekeraars minder uit te keren, maar in graslandpolders is wel meer schade door de keuze van inzet van vasthoudpolders. Wat doe je daar dan mee?
Droogte 2026: beter voorbereid, maar ook nieuwe kennisvragen
De workshop van Irene van der Veer (RWS WNN) en Sjoerd van Megen (RWS MN) stond in het teken van de uitzonderlijk droge zomer van 2026. De deelnemers blikten terug op deze zomer en bespraken de geleerde lessen voor het ARK/NZK van dit jaar in vergelijking met eerdere droge jaren.
Waar 2018 nog vooral werd gekenmerkt door improviseren, verliep de samenwerking in 2022 al merkbaar soepeler. En in 2026 verliep het mede door de goede werking van de selectieve onttrekking gewoon soepel. De droogte werd tijdig erkend, eind juni viel er een flinke bui waar lang van geprofiteerd werd en in het regionale droogteoverleg werd goed samengewerkt en naar elkaar geluisterd.
Eén van de onderwerpen die langskwam was verzilting. Het binnendringen van zout water op het Amsterdam-Rijnkanaal wordt aangeduid als ‘de zouttong’. Ondanks de omstandigheden zijn de chloridegrenswaarden bij Diemen niet overschreden. Opvallend daarbij was dat de aanvoer naar het Amsterdam-Rijnkanaal lager lag dan de 25 m³/s waar normaal op wordt gestuurd. Ook was de afvoer in IJmuiden lager dan in 2022 en waren er in 2026 meer schuttingen dan in 2022. Dit heeft niet geleid tot hogere zoutconcentraties wat erg positief is voor het systeem. Verschillende factoren lijken daaraan te hebben bijgedragen. Maar vooral de selectieve onttrekking (zoutdam) bleek goed te functioneren. Dit roept nieuwe vragen op. Kan onder gunstige omstandigheden wellicht met een lagere aanvoer worden volstaan? En kan beschikbaar zoetwater dan elders worden ingezet waar het ook hard nodig is?
De workshop liet zien dat een meer anticiperende sturing op verzilting steeds belangrijker wordt. Daarbij spelen vragen als: wanneer grijp je in met schutbeperkingen als je weet dat effect vijf weken duurt en welke informatie is nodig om eerder te kunnen handelen? Tegelijkertijd zijn er verschijnselen die niet volledig worden begrepen, zoals sommige zoutpieken bij Diemen.
Vismigratie: een logische uitbreiding van Slim WM
Niet alleen binnen Slim WM wordt intensief samengewerkt, maar ook in de community van vis en vismigratie. De workshop vismigratie werd door vijf personen van vier verschillende organisatie begeleid: Mike Dijkstra (Hoogheemraadschap van Rijnland), Jeroen Spierings (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; HHNK), Marjolein van Noord (RWS), Marco van Wieringen (RWS) en Luuk Massop (HDSR).
Het ARK en NZK zijn belangrijke migratieroutes voor vissen, waaronder trekvissen zoals de aal. Het operationeel waterbeheer heeft direct invloed op de mogelijkheden voor vissen om zich tussen leefgebieden te verplaatsen. Tijdens droogte krijgen andere belangen vaak prioriteit en worden vispassages vaak uitgezet om water te besparen. Maar een klein beetje water op de juiste momenten kan voor vis al een groot verschil maken.
De deelnemers concludeerden dat wanneer waterbeheerders vismigratie beter meenemen in operationele afwegingen dit veel winst kan opleveren. Relatief eenvoudige maatregelen, zoals het beter afstemmen van maalactiviteiten op de migratievensters van vis (de vroege ochtend en avond), kunnen al een groot effect hebben op de vis terwijl het voor het waterbeheer niet veel verschil maakt.
De workshop maakte duidelijk dat vismigratie geen losstaand onderwerp is, maar wellicht een toekomstige uitbreiding van Slim WM. Daarom werd de wens uitgesproken om vismigratie ook een plek te geven in de redeneerlijnen van Slim WM.
Verdelen kan schelen
De workshop ‘Verdelen kan schelen’ werd geopend door Maarten Poort (HHNK). In de workshop stond het gericht verdelen van water tijdens extreme neerslag centraal. Hetzelfde gedachtegoed als van de vasthoudpoldertool, maar dan op schaal van peilgebiedniveau. Ruben Boelens van Hydrologic presenteerde de hiervoor ontwikkelde tool. Medeorganisator van de workshop was Barbara Kuipers (HHNK).
Het uitgangspunt van de tool is dat water tijdelijk wordt gestuurd naar gebieden waar de gevolgen van wateroverlast beperkter zijn, zodat de totale maatschappelijke schade afneemt. Door inhoudelijk inzichtelijk te maken wat de effecten van keuzes zijn, willen de initiatiefnemers het maatschappelijke, bestuurlijke en juridische gesprek op gang brengen. Een belangrijk thema daarbij is de vraag of hier eigenlijk geen sprake is van onderbouwd afwentelen. Wanneer is dat verdedigbaar, wie wordt geraakt en wie moet daarover meepraten?
De workshop leverde veel enthousiasme op, maar ook kritische vragen. De inschatting van kosten lukt inmiddels redelijk goed, terwijl de baten nog moeilijker inzichtelijk zijn te maken. Daarnaast werden verschillende inhoudelijke verbeterpunten benoemd. De deelnemers brachten waardevolle blinde vlekken in beeld en gaven richting aan vervolgonderzoek. De conclusie was helder: het concept biedt perspectief, maar voordat het in de praktijk kan worden toegepast, moet nog veel worden uitgewerkt en zal er nog veel water door het Noordzeekanaal stromen.
Het verleden in het heden beleven
Na de workshops stapten de deelnemers in groepen op de fiets voor een excursie langs het IJ-front. Op verschillende locaties werden de verhalen uit de ochtend zichtbaar. Hier werd letterlijk ervaren hoe historische keuzes nog altijd hun sporen nalaten in de huidige infrastructuur en stadsinrichting. De fietstocht maakte tastbaar wat gedurende de dag centraal stond: het verleden is niet afgesloten, maar leeft voort in de keuzes, infrastructuur en waterstromen van vandaag.
Dat doet beseffen dat de uitdagingen van toekomstige keuzes rondom klimaatverandering, verzilting, wateroverlast en droogte opnieuw decennialang of zelfs eeuwenlang zullen doorwerken.
Afsluiting
Na de fietstocht werd de dag afgesloten met een samenkomen bij gemaal Zeeburg. Een bijzondere locatie die symbool staat voor de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. Terwijl deelnemers napraten over de workshops en nieuwe contacten leggen, blijft één boodschap hangen: goed waterbeheer vraagt om kennis van het verleden en oog voor de toekomst.
